Pétanque recreatief spel of wedstrijdsport

De termen ‘Pétanque’ en ‘Jeu de Boules’ worden vaak door elkaar gebruikt. Pétanque is echter één van de vele balsporten die valt onder de verzamelnaam ‘Jeu de Boules’ (spel van de ballen).
Andere balsporten die hieronder vallen zijn o.a. Bowles (GB) en Boccacia (It.) en ook het Franse Jeu Longue (of Jeu Lyonnais) valt hieronder.

Heel veel mensen kennen het spel van de zomervakanties in vooral Frankrijk.  Het Jeu de Boules, of beter: het Pétanque, is een spel waaraan iedereen veel plezier kan beleven omdat iedereen het op eigen niveau en tot op zeer hoge leeftijd kan spelen.

Je kunt het louter recreatief spelen. Of je kunt het, indien je meer wedstrijdgericht bent, op elk niveau als wedstrijdsport spelen.

Inmiddels zijn er in Nederland zo’n 18.000 mensen lid van een erkende vereniging.
De meeste leden spelen het spel op recreatief niveau en voor sociale contacten. Want ook bij het Jeu de Boules staat het sociale aspect voorop, waarbij sportiviteit een grote rol speelt. Onze vereniging heeft een aantal leden die het Pétanque als wedstrijdsport spelen, want naast de bond (NJBB) organiseren vele verenigingen competities op clubniveau en toernooien met andere verenigingen.

Het Pétanque kent verschillende spelvormen. Je kunt het spelen met 1 tegen 1 (tête-à-tête), 2 tegen 2 (doubletten) of 3 tegen 3 (tripletten). Je speelt met 2 of 3 stalen boules met een gewicht variërend van 650 tot 800 gram.

Zoals bijna alle sporten kent ook het Pétanque een aantal reglementen. De voornaamste regels zijn natuurlijk de spelregels. 

De BoulesSpecificaties wedstrijdboules:
Materiaal is metaal.
Diameter tussen 70,5 tot 80 mm.

Gewicht tussen 650 tot 800 gram.
Vermeld moet staan de naam van fabrikant, het gewicht en het serienummer.

Het But

Specificaties:
Materiaal is hout of kunststof.
Rond (dus onbeschadigd) met een diameter van 30 mm (met een marge van +/- 1 mm).
Eventueel gekleurd voor een betere zichtbaarheid.

Hoe wordt Pétanque gespeeld?

  1. U speelt tête-à-tête (individueel, dus één tegen één), doubletten (twee tegen twee) of tripletten (drie tegen drie). Bij tête-à-tête en doubletten gebruikt elke speler 3 boules, bij tripletten 2 boules.
  2. Wie de toss wint bepaalt waar gespeeld wordt en met welke but. U maakt een werpcirkel op de grond (of gebruikt een kunststof werpcirkel) met een doorsnede tussen 35 en 50 cm. Als u een boule gooit moeten de beide voeten binnen de werpcirkel op de grond blijven.
  3. De beginnende speler werpt het but uit tussen de 6 en 10 meter en minstens 1 meter van een obstakel.
  4. De eerste speler probeert een boule zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen.
  5. Vervolgens probeert een speler van de andere equipe een boule dichter bij het but te plaatsen of hij probeert een boule van de tegenstander, die op punt ligt, weg te schieten.
  6. Daarna moet de equipe, waarvan de boule niet op punt ligt, net zo lang gooien totdat dat wel zo is, enzovoort.
  7. Als een equipe geen boules meer heeft, kan de tegenpartij proberen nog meer boules beter te plaatsen (en dus meerdere punten te scoren).
  8. Als alle boules gespeeld zijn, krijgt de winnende equipe net zoveel punten als het aantal boules dat beter ligt dan de beste boule van de tegenpartij.
  9. Degene die een speelronde (een mène) wint, werpt het but weer uit.
  10. De equipe die het eerst 13 punten heeft gemaakt is winnaar.

Rollende bal plaatsen
De bal wordt bij deze worp gehurkt of half voorovergebogen  gespeeld. Bij het rollen raakt de bal binnen een afstand van 2 tot 5 meter van de werpcirkel de   grond (op de donnée), waarna de bal zo dicht mogelijk naar het butje rolt. Voor  deze worp is het belangrijk dat de baan goed bekeken wordt, daar er veel onregelmatigheden op de baan kunnenvoorkomen.

Halfhoge bal gooien (demi-porté)
Bij de lage gooi wordt de bal met een boog gegooid zodat de bal halverwege de werpcirkel en het butje de grond (op de donnée) raakt. Hoe hoger je de bal gooit, hoe korter de bal zal uitrollen. Het uitrollen wordt ook bepaald door de bodemgesteldheid. Bij deze worp is de mate van tegeneffect (waardoor de bal terug wil rollen of niet door rolt) belangrijk

Hoge bal gooien (porté)
Bij een hoge gooi wordt de boule zeer hoog in de lucht gegooid zodat de bal bijna verticaal naar beneden valt. De bal raakt de grond (op de donnée) op minder dan 1 meter van het butje. Ook bij deze worp is de mate van tegeneffect (waardoor de  bal terug wil rollen of niet door rolt), vooral bij harde ondergrond, belangrijk.